bronvermelding genealogie pellemans


a512: erven Delis Lenders.

Budel R 52 folio 27 dd 7 september 1714.
Betreft het testament van Dirk Corsten Cardinaal en Maria Driessen.
1e Corstiaan Janssen wonend Broekkant
2e Jan Corsten Cardinaal
respectivelijk broeder en swager (is dat niet net andersom, RP) worden tot executuurs benoemd.


Budel R 52 folio 30 dd 14 nobember 1714.
Betreft de tauxatie van de nagelaten goederen van Dirk Corstiaan Cardinaal, die is overleden "sonder kint ofte kinderen naer te laeten".


Budel R 77 folio 18 en 19 dd 7 september 1719
Marie Driessen, weduwe van wijlen Dirck Corsten Cardinaal vermaakt bij testament aan:
Margriet, dochter van Corsten Janssen Cardinaal: "een huis, hof en aengelagh alsook twee percelen waylant",
haar twee neven Willem en Leendert Dieliszn.: "twee vaetsaet saylant gelegen neven de molenpad op de root."


Budel R 81 eerste blad
Specifique lijst ofte memorie van goederen het recht van collatorale succesiën subject, onder het distrikt van de stad en meijerije van 's-Hertogenbosche etc, etc.
Maria Schrijvers, weduwe van Dirck Cardinaal, overleden tot Buedel den 30en september 1723.
Corstiaan Janssen Cardinaal in naam van sijn dochter Margreta verweckt bij Maria Janssen Pauwel ende Leendert Dielis Pellemans soo voor hem selve als in naeme van sijn broeder Willem Dielis Pellemans, etc.


Eindhoven R 92 folio 213 t/m 215 dd 20 april 1722
(transcriptie 6 november 1983 G.A. Eindhoven)
Compareerden voor Heeren Schepenen der stadt Eindhoven ondergenoemt:
Willem Pellemans en Barbara van der Looz, deszelfs huijsvrouw, jegenwoordig samen wonende tot Exsel in den lande van Luijck, dewelcke bij dezen hebben verclaert, op den Eedt, heden aen handen van gecommiteerde van het Ed Officy gepesteert voor de opregte waerheijt te weten de eerste in ordine deponent, dat in den maendt van november des verleden jaers 1721, als wanneer hij deponent als pagter van de wintmoole tot Budel met en beneffens sijne broeder Leendert Pellemans als borge ende medestaender de voorsegde moole samen waren bemalende en ook tesamen waren inwoonende in de huijsinge ende wooninge daer digte bij gelegen. En hun lieden samen in eigendom competerende, op den 20e der selve maendt ontrent ten ses uijren in den avont is ingekomen aldaer in de voorseide huijsinge Jan van Distel, sijnde ook borge en medestaender van de voorseide moole. Dat hij van Distel en de voorseide Leendert Pellemans te samen doenmaels sijn gecomen in dat appartement en gedeelte van voorseide huijsinge daer hij eerste comparant en deponent in woonde. Dat sij leiden alle beide hem deponent hebben aengesegt dat hij sonder tijtsversuijm een goede somme gelts soude hebben te verschaffen en te berde brengen off anders aenstonts van de voorseide moole soude moeten afftrecken. Alsoo zij lieden van sints waren die moole selfs gade te slaen en te bemaelen dat hij eerste deponent met goede redenen haerlieden daerop wel heeft geantwoort dat hij reeds over vijf hondert guldens hadde verschoten aen de stenen op de voorseide moole sijnde dat zijlieden ook soo veel gelt souden verschaffen en aen de Heer Rentmeester betalen en dat men dan verders te samen soude sorg dragen ende noodige orde stellen tot voldoeninge van de nog resterende pagtpenninigen. Dat sij lieden alle beide wel wisten dat hij deponent sijn uijterste best dede om sijne vaste goederen tot Budel gelegen en hem deponent beneffens sijne voorz broeder Leendert tesamen competerende, voor sijne helft te vercoopen ofte wel aen den selven sijnen broeder over te laten als hebbende daer over tesamen reeds actuelijck gehandeld en een schriftelijk project van accord en contract gemaekt. En dat hij deponent haerlieden gans serieuselijck en instantelijk versogt omme met malkanderen, over alles, inder minne te liquideeren en aff te reekenen; dogh dat soowel den voorz Jan van Distel als den voorz Leendert Pellemans na alle dese goede remonstrantien en voorslagen int minste niet en hebbende willen luijsteren, maer ter contrarie dat zijlieden alle beide hem deponent absolutelijk hebben verboden sigh eenigsints meer met de voorz moole te bemoeijen met veele grove dreijgementen en dat sijlieden hem deponent van deselve moole doenmaels op een gansch feitelijke wijse effective hebben affgeset en sigh van deselve moole van die tijt aff aen volkomen meester gemaekt. Dat ook den voorz Jan van Distel den voorz Leendert Pellemans heeft geordonneert de voorn moole voortaen alleen te bemalen en hem deponent daervan metterdaedt aff te houden. Dat hij deponent nog twee dagen bij haerlieden heeft aengehouden om alles met malkanderen inder minne te stellen en aff te doen, dogh hebbende gesien dat zijlieden nergens naer wilden luijsteren, maer ter contrariedat zijlieden sigh volkomenlijk meester hadde gemaekt van desselfs meubelen, kisten en kas, mitsgaders alle granen in de voorz huijsinge en op de voorz moole berustende alsmede dat seilieden alle beide de sleutels van deselve moole hadden onder sich geslagen en dat zijlieden hem deponent daertoe int minsten niet meer wilden admitteeren nogh aan hem jets laten volgen, hij deponent genootsaekt is geworden ongetroost heenen te gaen naer Exel voorz, daer sijn voorz huijsvrouwe met hare vijff kinderen was wonende.

Wijders verclaeren voorz deponenten bij desen dat zijlieden met hun beijden op den 24e der voorz maend november tesamen wederom sijn gegaen naer Budel en gekomen sinde in haere gemeene woonhuijsinge aen den voorz Leendert Pellemans en Willemijn sijn huijsvrouw in aller minne en gans serieuselijck hebben gevraegt en versogt om haere meubilen en nog een stuck linnen aen haren swager Balten Lammers Ceelen in eijgendom competerende wederom te mogen hebben en ook wederom op voorseide moole te mogen komen malen dogh dat haer allen hetselve door de voorz man en sijn huijsvrouw absolutelijck geweijgert sijnde geworden. Sij lieden deponenten alle beijden te samen sijn gegaen na de voorz Jan van Distel en hem allen hetgeene voorseid in aller minne hebben aff gevraegt dogh dat denselven Jan van Distel haerlieden allen hetselve ook absoluijt heeft geweijgert en afgeslagen. Dat onder vele woordenwisselingen den voorseide Jan van Distel haer heeft gesegt en affgevraegt off sij een goede sack met gelt hadden medegebragt. Dat zij deponenten daerop hebbende geantwoort dat sulx soo scheilijk niet konde geschieden, maer dat sijlieden versogten alsnogh met malkanderen alles in der minne aff te stellen en dat soo tot betalinge van de quote in den resterenden pagt van den voorz Moole haere goederen tot Budel gelegen niet suffisant genoegh en waeren sijlieden nogh sooveel van haere vaste goederen tot Exel voorseid daer voor souden verkoopen. Dat sulx al mede door den voorz Jan van Distel affgeslagen sijnde hij jegens haerlieden heeft gesegt dese woorden in substantie: "Dan sult gij ook mulder van Budel aff sijn" Dat sijlieden aen de voorn Jan van Distel alsnog hebben voorgeslagen dat sij dan tesamen een knegt op den voorseide moole soude kiezen en denselven gesamenderhandt betalen em was vijffentwintigh Rijndaelders niet genoegh.Dat men hem dertig Rijndaelders soude geven. Dat den voorn Jan van Distel daerop heeft geantwoorddt dat Leendert Pellemans hem genoegh was, dat hij der geen andere kengt op wilde hebben en dat Willem Pellemans van de voorseide Moole ook voortaen soude hebben aff te blijven. Dat sijlieden deponenten siende dat zij nogh bij den enen nogh bij den anderen jets int minste konden vorderen na aldaer in huijs en eijge appartement nogh een nagt te hebben geslapen des anderen daegs genootsaekt sijn geworden soo ongetroost wederom te keeren naer Exel voorseid.

Laetstelijk soo verclaert den voornoemde eersten deponent bij desen dat hij in de week na vastenavondt van desen jaere 1722 nog eens is geweest tot Budel biju sijnen voorn. broeder Leendert Pellemansen hem heeft affgevraegt hij hem soo quelde en soo veel schaede en schande aendede, hebbende hij deponent alsnogh op het serieuste versoght da hij hem sijne goederen en ook het voorn stuck linne sou willen wedergeven, dogh dat den voorn Leendert Pellemans hem deponent sulks wederom absolutelijk heeft geweijgert en daer en boven gedreijgt alle sijne goederen tot Buul gelegen paratelijk te sullen laten vercoopen hebbende hij deponent alsdoen ook gesien en bevonden dat de schapraij staende in de keueken van sijn Appartement was opengebroken en dat alle desselfs boeken, papieren en quitantien daer uijt waren genomen soo dat hij deponent wederom gansch ongetroost heeft meoten henen gaen en wederkeeren naer Exel voorn.
Eijndigende de voorn twee comparanten en deponenten hiermede dese waeraghtige verclaeringe hebbende nae voorgaende prelecture daerbij gepersisteert en voor redenen van welwetenschap geallegueert hun allen hetgeene voorn nogh saek wel kennelijk en in verche memorie te sijn hebbende ijder hun gedeponeerde met de woorden soo waerlijck moet haer Godt Allmachtigh helpen bevestigt.
Actum desen twintigsten april XVII twee en twintigh. Coram de Heeren Jacob Meijer en Govert van der Hoeven sub.secret. der stadt Eijndhoven dese beneffens de voorn deponenten ondertekent hebbende.

(met handmerken van Willem Pellemans en Barbara van der Looz)