Hoogland, beelden die voorbijgaan...

Kruidenierswinkel H. Brouwer in de jaren '60Het valt niet mee de oude Heideweg te vinden. Het blijkt niet meer te bestaan; de bewoners moeten het nu met de naam Karrespoor doen. Een aantal oude huisjes staan er nog, tussen nieuwbouw als een nostalgische herinnering aan het verleden. Een van deze huisjes was vroeger een kruidenierswinkel. Doortje Brouwer, dochter van de laatste eigenaar van de winkel, is er geboren en getogen. "Ik vind het jammer dat de straatnaam gewijzigd is", vertelt ze. "Vroeger woonde ik op Heideweg 10 en nu op Karrespoor 9. De Heideweg had juist zo'n historische betekenis. Het was de oude verbindingsweg tussen Hoogland en Hooglanderveen. Bovendien liep er ook een doorgaande weg naar Amersfoort op uit. Vandaar dat hier een aantal winkeltjes stonden."

"Voor zover ik weet had mijn opa, Jacob Brouwer, het winkeltje al. Het was een soort 'Winkel-van-Sinkel' met voornamelijk kruidenierswaren, maar ook garen, band en tabak. Jacob Brouwer was naast winkelier ook postbode. Als er voldoende post te bezorgen was, ging hij op pad waarbij hij gelijk allerlei spulletjes uit het winkeltje meenam. Die deed hij in een soort rugzak, wat hem al snel de bijnaam Jabuk Pak bezorgde. De kinderen maakten zelfs een liedje op zijn naam:

Jabuk Pak
sabel op zak,
sabel opzij,
af zijt gij.

Hendrik en Geertje Brouwer met het winkelmeisje in de jaren '60 In 1919 nam mijn vader, Hendrik Brouwer, de winkel over. Hij ruilde de rugzak in voor een transportfiets en bezocht daarmee de klanten. Mijn moeder Geertje hield het winkeltje draaiende. Als de buurtbewoners boodschappen gingen doen, zeiden ze meestal: 'Ik ga even naar Geertje toe'.
De winkel bracht gezellige drukte met zich mee. Er kwamen altijd mensen bij ons over de vloer, vertegenwoordigers en klanten werden soms uitgenodigd op de koffie.

De Bewaarsman, 8e jaargang no. 3

Personeel postkantoor Amersfoort Jacob Brouwer is in 1879 postbode geworden. Jacob was in 1846 geboren te Hoogland als zoon van de katholieke marskramer Jordanus (Daniël) Brouwer en Hendrica van Dijk, beiden afkomstig uit Nijkerk. Hij kocht op een publieke veiling in datzelfde jaar 1879 voor ƒ 1310 één van de winkeltjes aan de doorgaande Heideweg op De Brand. Zijn bejaarde vader kwam als huurder bij hem inwonen. Het witte huisje bestaat nog steeds als Karrespoor 9, tegenwoordig vlak bij het Brandpunt aan de Laan naar Emiclaer. Nu woont zijn kleindochter Doortje er nog. Het pand werd in een aangifte van overlijden uit 1818 De Bril genoemd, maar in de 20e eeuw was het niet zo bekend. Het huis had een brievenbus, maar hier was niet het bestelhuis. Dat bevond zich immers op De Ham.

Postbode Jacob Brouwer Als beroep gaf Jacob op: postbode en marskramer. Hij was timmerman en de winkel leek wel van Sinkel. Je kon er kruidenierswaren, huishoudelijke artikelen als dweilen of garen en band, maar ook sigaren en tabak krijgen. De boodschappen werden zoals toen gebruikelijk op de lei geschreven en eens per week afgerekend Brouwer bezorgde die ook in heel Hoogland, dus waarschijnlijk inclusief Duist en Hooglanderveen. Vandaar dat hij de postbestelling er goed mee kon comibneren. Links van de voordeur van het huisje zat vroeger de brievenbus, dus vlak bij de Heideweg. Vlak onder het zolerraam hing een gietijzeren rijkswapen, dat Doortje zich nog uit de jaren dertig kan herinneren, al was het toen flink verroest.

Jacob droeg alle boodschappen en brieven in een grote mars op zijn rug. Hij nam vooral koffie me, omdat die met goede winst te verkopen was. Het was een altijd vrolijke man die voor iedereen een praatje had. Hij vond het heerlijk door de wielanden te lopen en over vongertjes, planken over de sloten. De kinderen zongen over hem: Jabuk Pak, sabel op zak, sabel opzij, af zijt gij (Jabuk was spreektaal voor Jacob). We zien hem op de bijgaande foto in uniform, natuurlijk zonder sabel want die heeft hij nooit gehad. Het lijkt wel of hij een fiets heeft met een tas op het stuur, maar die moet van de knecht ernaast zijn geweest. Doortje Brouwer weet immers te vertellen dat de eerste fietsen door de familie zijn aangeschaft toen de tweeling 18 jaar werd, dus in 1908. Jacob ging echter al in 1904 met pensioen.

Detail Een andere foto moet het personeel van het postkantoor te Amersfoort betreffen en is volgens de familie gemaakt in datzelfde jaar 1904. Jacob was toen 25 jaar in dienst. Hij draagt een pet met posthoorn; anderen hebben in hun petembleem ook bliksemschichten en waren dus telegraafpersoneel. De jongemannen vooraan waren nog niet zo lang in dienst en mochten nog geen uniform dragen. Zij hadden alleen een schildje met het rijkswapen en daarboven het opschrift Posterijen.

Het zilveren jubileum van Jacob is voor die tijd wel op bijzondere wijze gevierd. Hij kreeg een klok met een zilveren rand. Hoewel hij pas 58 jaar was kreeg hij bovendien een pensioen van de PTT van ƒ 234 per jaar.

Jacob was in 1881 getrouwd met Maria Blom van boerderij Amedijk. Zij hebben in totaal acht kinderen gekregen. Maria overleed op 39-jarige leeftijd in het kraambed, toen de tweeling Daan en Hendrik werd geboren. Pastoor H.J. Pieck wist de oplossing voor het moederloze gezin. Maria had een zus Eefje die graag in het klooster wilde, maar Pieck vertelde haar "Je plaats is hier", en zo gebeurde het. Eve-meu (tante Eef) trok bij hen in.

In 1919 overleed Jacob, 73 jaar oud. Tot dan toe waren de bestellingen van de winkel volgens de familie nog altijd met de rugzak gedaan. Pas nu zoon Hendrik de winkel overnam schafte deze een transportfiets aan.

Ik sluit af met een verhaal. Op een vroege wintermorgen in 1889, in sneeuw en mist, bracht een postbode zijn twee dochtertjes van zes en vier jaar voor het eerst naar school. Zij waren de eerste leerlingen van de bewaarschool van de Zusters van Jezus, Maria en Jozef. De nonnen waren in de pastorie van de oude katholieke kerk getrokken; dit pand zou later worden verbouwd tot Leo's Oord. Omdat zijn collega Van Esveld kinderloos was moet Jacob de postbode zijn geweest uit het verhaal. Inderdaad had Jacob twee dochters met de juiste leeftijd die allebei Hendrika heetten, al zullen zij wel verschillende roepnamen hebben gehad. Zij waren vernoemd naar verschillende grootouders met dezelfde voornaam, iets wat overigens in die tijd niet ongebruikelijk was. De twee meisjes waren geboren in 1883 en 1885. Later kreeg ik nog een bevestiging: de jongste Hendrika vertelde aan Doortje Brouwer dat zij het eerste kind was dat naar de kleuterschool ging, ook al was ze eigenlijk nog geen vier.