Genlias Utrecht, 281/833/2
Duist, trouwakte 1, 3 mei 1838

In den jare een duizend achthonderd acht en dertig, den derden dag der maand Mei, des nademiddags ten vijf ure, zijn voor ons Cornelis Johannes Philippo, Burgemeester, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Duist, Haar & Zevenhuizen, Arrondissement Amersfoort, Provincie Utrecht, gecompareerd:-----------
Henricus Renkers, oud zes en dertig Jaren, arbeider, geboren in de gemeente van Wamel, provincie Gelderland, arrondissement Nijmegen, wonende alhier, meerderjarige zoon van Arien Renkers & Maria Balvers, beiden overleden, zijnde zijne Grootouders, zoowel van vaders- als moederszijde mede overleden, van welke hij onder presentatie van den Eed verklaart dezelven nimmer te hebben gekend noch iets van derzelver laatste verblijfplaatsen of plaatsen van overlijden immer te hebben geweten. Verklarende hij wijders mede onder presentatie van den Eed, dat de voornaam zijner vader op deszelfs doopacte abusief voorkomt als Adrianus, daar dezelve moet zijn Arien, en als zoodanig ook staat vermeld in de doodacten van zijnen vader en zijne moeder, dat derhalve de in voornoemde stukken voorkomende Adriani Renkers & Arien Renkers een en dezelfde persoon is geweest. ------- En --------
Geertruij Hendrikse Wit, oud vier en dertig Jaren, zonder beroep, geboren in de gemeente Hoogland, en mede alhier woonachtig, meerderjarige dochter van Dirk Hendrikse Wit, en Aaltje Teunisse van de Grift, beiden overleden, zijnde Hare Grootouders, zoowel van vaders als moeders zijde insgelijks overleden, van welke zij onder presentatie van den Eed verklaart dezelven nimmer te hebben gekend noch van derzelver laatste verblijfplaatsen of plaatsen van overlijden immer te hebben geweten. Verklarende de Comparante wijders mede onder presentatie van den Eed, dat de geslachtsnamen harer ouders op hare doopacte zijn geomitteerd geworden, alsmede dat haar vader in deszelfs acte van overlijden abusief voorkomt als Dirk Hend Wit en in de doodacte harer moeder als Dirk Wit; dat hare ouders werkelijk zijn genaamd geweest Dirk Hendrikse Wit en Aaltje Teunisse van de Grift; hetwelk ten aanzien harer moeder blijkt uit de overgelegde acte van haar overlijden; dat derhalve de in overgelegde stukken voorkomende Dirk Hendrikse, Dirk Hend Wit, & in deze acte genoemde Dirk Hendrikse Wit, alsmede Aaltje Teunisse en Aaltje Teunisse van de Grift, zijn geweest dezelfde personen. Al welke bovenstaande verklaringen mede op gelijke wijze, bij deze door de na te noemen getuigen worden geconfirmeerd.
Dewelke ons verzocht hebben, het door hun voorgenomen huwelijk te voltrekken, waarvan de afkondigingen zijn geschied, de eerste op den Vierden zondag der maand April des jaars duizend acht honderd acht en dertig, en de tweede op den Vijfden Zondag daaraanvolgende, beide voor de hoofddeur van ons huis der gemeente.
Geene verhinderingen tegen het gemelde huwelijk ter onzer kennis gebragt zijnde, hebben wij, aan hun verzoek voldoende, na voorlezing van al de stukken, alsmede van het zesde hoofdstuk van het Burgerlijk Wetboek, van den Titel ten opschrift hebbende: Van het huwelijk, ieder der aanstaande echtgenooten afzonderlijk afgevraagd, of zij elkander wederkerig tot man en Vrouw wilden nemen, waarop door elk derzelven afzonderlijk een toestemmend antwoord zijnde gegeven, zoo hebben wij, in naam der wet, verklaart dat Henricus Renkers & Geertruij Hendrikse Wit door het huwelijk zijn verbonden.
Waarvan wij deze acte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Rijk Hoefsloot, zwager van de comparante, oud veertig jaren, landbouwer, Gerrit Botterblom, oud drie en vijftig jaren, Gerrit Voorburg, oud negen en dertig jaren & Daan Uppelschoten, oud twee en dertig jaren, insgelijks landbouwers en goede bekenden van de Comparanten, allen wonende binnen deze gemeente, als getuigen ten deze verzocht; en hebben wij deze acte na gedane voorlezing onderteekend, met de getuigen, verklarende de Comparanten niet te kunnen schrijven.

R. Hoefsloot
G Botterblom     C.J. Philippo
G Voorburg
D Uppelschoten